Door Juul Braat, Strategisch Adviseur Publieke Domein bij OrangeX
De Miljoenennota 2027 brengt op Prinsjesdag goed nieuws voor gemeenten en provincies: de financiële omvang van het Gemeente- en Provinciefonds groeit de komende jaren. Inclusief het accres loopt deze op van ongeveer €53 miljard in 2026 naar €59 miljard in 2031.
Voor decentrale overheden die te maken hebben met financiële druk én steeds grotere maatschappelijke opgaven, biedt dat meer financiële ruimte. Maar meer geld betekent nog niet automatisch meer uitvoering. En al helemaal niet automatisch meer maatschappelijke impact.
De kern? De financiële ruimte voor gemeenten en provincies kan groeien, maar uiteindelijk bepalen mensen, kennis, uitvoeringscapaciteit en keuzes in hoeverre publiek geld daadwerkelijk leidt tot maatschappelijk resultaat.
Waar Prinsjesdag 2025 vooral liet zien dat subsidies onder druk stonden, roept de Miljoenennota 2027 een andere vraag op: wat gebeurt er als er wél meer financiële ruimte ontstaat, maar de uitvoeringscapaciteit niet automatisch meegroeit?
De begroting groeit, de organisatie niet automatisch mee
Een hoger bedrag in het Gemeente- en Provinciefonds betekent niet dat gemeenten en provincies datzelfde bedrag extra vrij kunnen besteden. Een deel van de stijging hangt samen met prijs- en volumeontwikkelingen. Het accres, de jaarlijkse bijstelling van beide fondsen, is gekoppeld aan de ontwikkeling van de economie.
Maar interessanter is een andere vraag. Als er daadwerkelijk meer geld beschikbaar komt, zijn gemeenten en provincies dan ook in staat om dat geld tijdig en effectief om te zetten in maatschappelijk resultaat?
Juist daar zit een vraagstuk dat gemakkelijk wordt onderschat.
De Miljoenennota laat zien dat beschikbaar budget niet automatisch tot bestedingen leidt. Geplande overheidsuitgaven worden soms later of helemaal niet gerealiseerd. Arbeidsmarktkrapte speelt daarbij een belangrijke rol. De uitvoeringscapaciteit van de overheid kent grenzen die niet alleen met geld zijn op te lossen.
En dat probleem houdt niet op bij de grens tussen Rijk, provincie en gemeente.
Gemeenten en provincies moeten ondertussen woningen mogelijk maken, de energietransitie uitvoeren, jeugdzorg organiseren, kwetsbare inwoners ondersteunen, de openbare ruimte beheren en regionale economieën versterken.
Meer budget kan daarbij helpen. Maar geld schrijft geen subsidieregeling, beoordeelt geen aanvraag, voert geen gesprek in de wijk en bewaakt geen project.
Daar zijn mensen, kennis, goede processen en vooral keuzes voor nodig.
Tussen miljoenen en maatschappelijke impact
Daar raakt de Miljoenennota 2027 rechtstreeks aan de manier waarop gemeenten en provincies met subsidies en andere publieke geldstromen omgaan.
Stel dat een gemeente extra middelen beschikbaar krijgt voor het verduurzamen van woningen. Dan is het geld er, maar begint het echte werk eigenlijk pas.
Wat willen we precies bereiken? Wie heeft de ondersteuning het hardst nodig? Is een subsidie daarvoor het juiste instrument? Hoe richten we de regeling zo in dat deze ook uitvoerbaar is? En hoe voorkomen we dat het geld vooral terechtkomt bij inwoners die hun woning ook zonder subsidie zouden verduurzamen?
Uiteindelijk volgt de belangrijkste vraag:
Wat heeft het opgeleverd?
Precies daar zit de afstand tussen miljoenen op een begroting en maatschappelijke impact.
Een subsidieregeling kan juridisch uitstekend in elkaar zitten en toch nauwelijks bijdragen aan het doel waarvoor zij is bedacht. Andersom kan een sterk maatschappelijk initiatief vastlopen in voorwaarden en procedures die op papier logisch lijken, maar in de praktijk nauwelijks uitvoerbaar zijn.
Van geld verdelen naar regie voeren
Goede subsidieverstrekking gaat daarom over meer dan een aanvraag, beschikking en verantwoording. Het vraagt om het geheel te overzien.
Hebben we zicht op onze geldstromen? Sluiten regelingen nog aan bij de maatschappelijke doelen waarvoor ze ooit zijn bedacht? Is er voldoende capaciteit om ze goed uit te voeren? Welke regelingen worden goed benut en welke nauwelijks? Waar stapelen administratieve lasten zich op? En weten we eigenlijk welke bestedingen aantoonbaar verschil maken?
Dat vraagt niet automatisch om een nieuw dashboard, een extra overlegstructuur of nóg een beleidsdocument.
Het vraagt vooral om regie.
Dat is ook waar wij bij OrangeX dagelijks mee bezig zijn. We ondersteunen overheden bij het ontwikkelen, inrichten en uitvoeren van subsidieregelingen en helpen organisaties met Regie op Subsidies om meer grip te krijgen op hun subsidieproces en publieke geldstromen. Van beleid en inrichting tot uitvoering, monitoring en verantwoording.
Daarbij staat niet de subsidieregeling zelf centraal, maar het maatschappelijke doel dat je ermee wilt bereiken.
Wat betekent de Miljoenennota 2027 voor de uitvoering?
Misschien is dat wel een van de belangrijkste lessen achter de miljarden uit deze Miljoenennota.
De financiële mogelijkheden kunnen groeien, terwijl het vermogen om die middelen goed in te zetten niet automatisch meegroeit. Mensen blijven schaars, maatschappelijke vraagstukken worden niet eenvoudiger en iedere publieke euro kan uiteindelijk maar één keer worden uitgegeven.
Misschien moeten we daarom na Prinsjesdag niet alleen vragen:
Hoeveel geld krijgen we erbij?
Maar vooral:
Wat kunnen we met de mensen, kennis en organisaties die we hebben daadwerkelijk verantwoord realiseren?
Want uiteindelijk wordt een overheid niet succesvoller doordat er meer geld door haar begroting stroomt.
Een subsidie die keurig is beschikt, betaald en verantwoord, kan administratief volledig geslaagd zijn. Maar voor een inwoner, ondernemer of maatschappelijke organisatie telt uiteindelijk iets anders:
Wat is er dankzij dat publieke geld daadwerkelijk veranderd?
Want werken aan een beter Nederland van morgen begint niet bij hoeveel geld we beschikbaar stellen, maar bij wat we er samen daadwerkelijk mee weten te bereiken.
Bronnen
Xpert Insights
Door Juul Braat, Strategisch Adviseur Publieke Domein OrangeX
Juul.braat@orangex.nl
Connect op Linkedin









