Er zijn van die woorden die zo vaak worden gebruikt dat ze bijna onzichtbaar worden. Samenwerking is er zo één. Het staat in collegeprogramma’s, beleidsnota’s, subsidieregelingen en projectplannen. Vaak ergens in de eerste alinea, tussen ‘integraal’ en ‘maatschappelijke impact’.
Niemand is tegen samenwerking. Dat maakt het meteen ingewikkeld.
Want als iedereen vóór samenwerking is, waarom voelt het dan in de praktijk soms alsof we met z’n allen een wasmachine een trap op tillen, terwijl niemand precies weet naar welke verdieping het onding moet?
Samenwerking als fundament van publieke dienstverlening
De vijfde Dag van de Publieke Dienstverlening had dit jaar een mooi en eerlijk thema: Samenwerking, wat helpt en wat hindert.
Mooi, omdat publieke dienstverlening het resultaat is van samenwerking tussen alle partijen in de publieke sector. Eerlijk, omdat samenwerking niet vanzelf ontstaat als mensen met verschillende rollen en belangen samen aan tafel zitten.
Bij OrangeX zien we dat dagelijks in de wereld van subsidieverlening. Een subsidie lijkt op papier misschien een eenvoudige financiële regeling met een aanvraagformulier, een beschikking en een verantwoording. Maar in werkelijkheid is subsidie vaak het resultaat van een complexe samenwerking. Tussen overheid en samenleving. Tussen ambitie en haalbaarheid. Tussen beleid en uitvoering.
Tussen beleid en praktijk
Een minister wil kansengelijkheid vergroten. Een provincie wil de woningbouw aanjagen. Een wethouder wil een sterk cultureel aanbod. Een maatschappelijke organisatie wil mensen helpen. Een innovatieve startup wil vooral aan de slag, liefst vandaag nog.
En ergens daartussen staat de publieke dienstverlener.
Die moet zorgen dat publieke middelen zorgvuldig worden verdeeld, regels worden gevolgd, doelen helder blijven en de aanvrager niet verdwaalt in loketten, formats en termijnen.
Samenwerking helpt wanneer mensen elkaars werkelijkheid serieus nemen. Wanneer beleidsmakers begrijpen dat een regeling die juridisch perfect is, nog niet automatisch uitvoerbaar is. Wanneer uitvoerders durven zeggen: “Dit klinkt goed, maar zo werkt het niet aan de balie.” Wanneer subsidieverstrekkers niet alleen toetsen, maar ook uitleggen. En wanneer aanvragers niet worden behandeld als dossiernummers, maar als partners die bijdragen aan publieke doelen.
Meer dan een overlegmoment
Samenwerking is geen extra overleg op donderdagmiddag. Het is meer dan dat. Het is de manier waarop publieke dienstverlening beter kan worden.
Juist in subsidieverlening wordt zichtbaar hoe belangrijk dat is. Een goede subsidieregeling kan initiatieven versnellen en maatschappelijke doelen dichterbij brengen. Maar een onduidelijke regeling kan ook frustratie veroorzaken. Aanvragers die afhaken. Uitvoerders die vastlopen. Het resultaat: bestuurders die zich afvragen waarom een goed idee zo traag van de grond komt.
De kunst is dus niet om nóg vaker te zeggen dat we moeten samenwerken. De kunst is om samenwerking concreet te maken.
Wie heeft welke informatie nodig? Waar zitten de risico’s? Wie merkt als eerste dat iets niet werkt? Hoe zorgen we dat signalen uit de uitvoering terugkomen bij beleid? En durven we een regeling aan te passen als de praktijk daarom vraagt?
Wat helpt en wat hindert
Wat helpt, is vroeg samen aan tafel zitten. Niet pas wanneer de regeling al vastligt en de uitvoering nog even ‘mee mag kijken’.
Wat helpt, is taal die mensen begrijpen. Niet omdat de inhoud simpel is, maar omdat helderheid een vorm van respect is.
Wat helpt, is vertrouwen, zonder naïef te worden. Controle blijft nodig, zeker bij publiek geld. Maar controle hoeft geen wantrouwen als grondhouding te hebben.
Dat vraagt om vakmanschap. Om mensen die de regels kennen, maar ook de bedoeling blijven zien. Om professionals die zorgvuldig zijn zonder star te worden. En organisaties die niet alleen sturen op rechtmatigheid, maar ook op begrijpelijkheid, snelheid en impact.
Over de rand van je eigen verantwoordelijkheid kijken
De publieke dienstverlening staat onder druk. Op de Dag van de Publieke Dienstverlening mogen we daar best even bij stilstaan. Verwachtingen zijn hoog, capaciteit is schaars en maatschappelijke opgaven worden niet kleiner. Juist daarom is samenwerking geen vriendelijk ideaal, maar een harde noodzaak.
Ik hoop van harte dat het resultaat van het jaarlijkse congres in Den Haag meer is dan een goed gevoel bij de deelnemers, applaus voor de sprekers en een intentieverklaring.
Want uiteindelijk begint samenwerking niet bij een convenant, een stuurgroep of een slogan.
Het begint bij de bereidheid om over de rand van je eigen verantwoordelijkheid heen te kijken.

Xpert Insights
door Koen Biemans, directeur OrangeX
koen.biemans@orangex.nl
Connect op Linkedin








